| |
Karate komt uit Okinawa, één van de Ryukyu
Eilanden die de keten van de "Stepping
Stones" vormen tussen Japan en China. Omdat
ze precies halverwege liggen, ontmoeten daar
elkaar de Japanse en Chinese cultuur. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
De inheemse bevolking van Okinawa bestond uit
pionnen van een politiek apparaat en van tijd tot
tijd werd hun eiland door Japanse strijdkrachten
bezet. De Japanse leiders ontnamen de bewoners
van Okinawa het recht om wapens te dragen. Dit
was een normaal gebruik bij de Japanners, die
volgens een strenge kastetucht (streng - hiërarchisch)
te werk gingen, waarin alleen de krijgers wapens
mochten dragen. Op Okinawa waren ook militaire
en culturele missies uit China. Deze bezetten
vaste gebieden, bekend als "De Negen Dorpen".
Van tijd tot tijd geven leden van deze missies
demonstraties van Chinese vechtkunsten voor het
volk. Uit deze demonstraties analyseerden de
bewoners van Okinawa technieken en ideeën die
gebruikt werden als aanvulling van hun eigen
systeem. Twee chinese afgevaardigden die tot op
de dag van vandaag grote bekendheid hebben, zijn
Chinto en Waishinzan (de Japanse weergave van hun
namen). De eerstgenoemde is bekend omdat hij een
kata op zijn naam heeft staan. Sommige bronnen
vermelden ook een Chinese bezoeker, genaamd Ku
Shanku. Ook al heeft hij bestaan, het is
hoogstens interessant om te speculeren of hij
iets bijdroeg tot de andere kata met een
gelijkluidende naam.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
Een tweede weg waarlangs nieuwe technieken
mogelijkerwijs geïntroduceerd werden, zijn de
grote aantallen buitenlandse zeelui die in
Okinawa aanlegden. Zij hebben in elk geval nieuwe
wapentechnieken ingevoerd en misschien ook de
wapens zelf. Er ontstonden drie belangrijke
vechtkunstscholen op Okinawa, gericht op de
belangrijkste bevolkingsgebieden. Deze kregen
bekendheid als Naha-te, Tomari-te en Shuri-te.
Het achtervoegsel "te" betekend "hand"
en naar de drie scholen werd dikwijls kortweg
verwezen als "Okinawa-te" of "Hand
van Okinawa". In de verschillende
ontwikkelingsfasen werden allerlei namen gebruikt,
maar in alle benamingen kwam het woord "hand"
voor.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
Ondanks de geheimzinnigheid waarmee de studie
van de "Hand van Okinawa" werd omgeven,
begonnen verscheidene geruchten de ronde te doen
over het optreden van bepaalde meesters. Van één
persoon werd gezegd dat hij de klauwhandtechniek
(Kumade) zo goed beheerste dat hij de schors van
een boom binnen enkele seconden los kon krijgen!
Van een ander zei men dat hij zo hard kon stoten,
dat hij zijn gehele onderarm tot de elleboog in
de harde grond kon stoten! |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
Eén van de vermaarde oude meesters van
Okinawa-te was "Karate" Sakugawa. Het
is interessant te zien hoe de term hier voor het
eerst werd gebruikt. In dit geval betekende het
echter "Chinese Hand". De mate waarin
Chinese vechtkunsten de uitingsvormen op Okinawa
beïnvloedden, kan niet precies worden
vastgesteld, maar er is zeker sprake van een
meetbaar effect. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
Aan het eind van de 19de en het begin van de
20ste eeuw reisden de leermeesters van Okinawa
naar het Chinese vasteland om hun studies voort
te zetten. Nauwkeurige bestudering van het
moderne, uit Okinawa afkomstige Karate, onthult
een aantal overeenkomsten met zuidelijke Chinese
Shaolinsystemen. Eerlijk gezegd: de
vechtmogelijkheden van handen en voeten zijn
beperkt, en daarom ligt het voor de hand dat
bepaalde overeenkomsten niet tot een
gemeenschappelijke bron teruggaan. Waar de
technieken vandaan kwamen, doet er niet veel toe;
in ieder geval was er grote belangstelling voor
de studie van "De Hand van Okinawa" en
vanzelfsprekend kwam deze belangstelling weer
terecht bij de Japanse leiding. De Japanse marine
was bijzonder geïnteresseerd in Okinawa-te en
zochten contact met een beoefenaar met
vriendelijke manieren, een ontwikkeld dichter en
schoolmeester, genaamd Gichin Funakoshi. Hij werd
overhaald om een demonstratie te geven en maakte
zo'n indruk op de admiraals die op bezoek waren,
dat ze onmiddellijk een demonstratie
organiseerden in het bijzijn van de keizer van
Japan! Hieruit blijkt dat rond de eeuwwisseling
de houding van de Japanners ten opzichte van de
beoefening van de vechtkunsten door de bewoners
van Okinawa wat toleranter was geworden. Uit
Funakoshi's geschriften blijkt dat hij voor
honderd procent trouw was aan de keizer en
duidelijk geen type was die de keizerlijke
bevelen in de wind zou slaan. Japan versnelde
zijn ontwikkeling in de 20ste eeuw en vele oude
waarden en verboden werden overboord gegooid.
Funakoshi werd goed ontvangen in Japan en
richtte daar de eerste Karateschool op. Deze
stond bekend als "Shotokan" of "Shoto's
club". Het woord shoto was Funakoshi's
pseudoniem dat hij gebruikte bij het schrijven
van gedichten. Vertaald betekend het "Wuivende
pijnbomen".
Aanvankelijk noemde hij zijn kunst Ryukyu
Kempo, "De Okinawatechniek van de vuist".
Dit heeft waarschijnlijk enige verwarring
gesticht, aangezien er in die tijd in Japan al
Kempo bestond. Het Japanse Kempo was in sommige
opzichten gelijk aan de Okinawavariant, daar men
zich vooral concentreerde op het toedienen van
stoten en trappen met de bedoeling een
tegenstander te blesseren. Het vormde een van de
afdelingen van Jiu Jitsu en door het schadelijke
effect werd de studie ervan verboden door de
Japanse regering. Mogelijkerwijs heeft dit
Funakoshi ertoe gebracht de naam Karate-do,
Techniek van de Chinese Hand, te adopteren. In
diezelfde tijd had Jigoro Kano het Judo
ontwikkeld - "De weg van de meegevenheid"
- eveneens afkomstig van de Japanse Jiu
Jitsukunst.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
Aangezien hij het noodlot van het Japanse
Kempo en de populariteit van Judo had opgemerkt,
is het mogelijk dat Funakoshi besloot een andere
koers te varen in de Okinawakunst, zoals zijn
meesters Azato en Itosu
hem geleerd hadden. Hij keerde de gevaarlijke
technieken de rug toe en richtte zich op een voor
de Japanse autoriteiten meer acceptabele vorm. Vlak
voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog
begon zich in Japan een anti-Chinese sfeer te
ontwikkelen. Door de minieme verandering in
kalligrafie werd het pictogram van Karate-do, De
Techniek van de Chinese Hand, veranderd in Karate-do,
De Techniek van de Lege Hand. Tegelijk met deze
veranderingen kwamen er andere veranderingen in
technische benamingen, zodat het programma er
uiteindelijk Japans uitzag. Ten einde aan grote
groepen les te geven, moest splitmethode gebruikt
worden met als resultaat dat Funakoshi's Karate-do
veel afweek van de manier waarop de kunst hemzelf
was overgedragen. Bij het ontwikkelen van Karate-do
werd Funakoshi geholpen door zijn twee zonen Yoshitake
en Yoshihide.
De basisposities van waaruit de
Karatetechnieken werden beoefend werden steeds
lager en lager. De vorm van de frontale
vuiststoot veranderde en de voorwaartse trap werd
met de bal van de voet uitgevoerd, i.p.v. met
ingetrokken tenen. Sommige van deze latere
veranderingen gingen lijnrecht tegen Funakoshi's
oorspronkelijke methoden in. Hij oefende nog
steeds met een lange ronde staf, bekend als
"bo", waarop veel bewegingen in zijn
school gebaseerd waren. Hij beschreef hoe kracht
verliest van bekwaamheid in een gedwongen gevecht,
hij vertelde hoe een oude man, toen hij oog in
oog stond met een jonge misdadiger, op zijn
aanval inging door zijn testikels te grijpen.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
Ondanks dit heldere voorbeeld van effectief
Karate ging zijn school door met het ontleden van
bewegingen en gemakkelijk te leren reeksen.
Enkele oudere studenten realiseerden zich dat
veel van het oorspronkelijke Karate verloren was
gegaan. Ten gevolge hiervan raakte de Japanse
Karate Associatie (JKA) die ontstaan was uit de
Shotokan, een aantal van zijn oudere leraren
kwijt. Deze leraren vormden de Shotokai of "Shoto's
Techniek", een groep die zich wijdde aan de
beginselen voor amateurs. Funakoshi's greep op
Karate-do nam, naarmate hij ouder werd, af. Omdat
hij zich voortdurend bewust was van de gevaren
van de oorspronkelijke vechtkunst van Okinawa,
verbood hij het vrij vechten of het "sparren"
waarbij twee tegenstanders met elkaar vechten.
Dit verbod werd niet in acht genomen en informele,
bloederige oefenpartijen tussen verschillende
Karatescholen gingen onverminderd door, terwijl
de oudere studenten van Funakoshi aan steeds
snellere vormen van voorgeprogrammeerd vrij
vechten (Jiyu Kumite) werkten. Dit bereikte zijn
hoogtepunt toen het leerplan vechten vereiste
voor de zwarte gordel (1ste Dan). Dit was een
mijlpaal in de ontwikkeling van Karate-do.
Funakoshi geloofde dat kata's de enige manier
vormden om Karatetechnieken goed uit te voeren en
hoewel hij van zijn oorspronkelijke praktijk was
afgeweken, beschouwde hij het toch als enige,
echte vechtkunst. Zijn studenten echter testten
Karate d.m.v. Jiyu Kumite. Het was duidelijk dat
er bepaalde regels moesten bedacht worden. Bij
het opstellen hiervan week Karate-do nog een stap
verder af van het oorspronkelijke, effectieve
systeem.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|