Shotokan komt erg duidelijk over en is goed te onderwijzen, zoals het de stijl die afkomstig is van Funakoshi, betaamt. Het is vermeldenswaardig dat er volgens hem maar één Karated-do bestond. Het was een grote teleurstelling voor hem dat hij niet in staat was alle Karatestijlen onder de vaandel van de JKA te brengen.

Veel energie die besteed werd aan het vestigen van het moderne Shotokanimago, kwam van Funakoshi's zoon Yoshitake. Deze was verantwoordelijk voor het verlagen en uitbreiden van de voetenstanden, tot het formaat dat we tegenwoordig kennen. Shotokan vereist grote spierinspanningen. Tijdens een stoot worden de spieren samengetrokkenen dit is duidelijk af te lezen van het verwrongen gezicht van de Karateka.

  De blokkerende bewegingen zijn groot en elke poging wordt in het werk gesteld om er een extra hoeveelheid kracht uit te persen.
  De trappen (Mawashi-Geri, Mae-Geri, ...) worden met de bal, de wreef of met de hiel van de voet gegeven, eerst wordt de knie opgebracht, zodat diegene die afweert (Uke) niet direct weet wat voor trap de aanvaller (Tori) gaat geven.

De kata's zijn talrijk en goed doordacht. Het gebruik van lage posities in combinatie met de weloverwogen bewegingen maakt het kijken ernaar een genot. Vele jaren lang werden de Shotokanexperts beschouwd als de beste ter wereld, maar nu is hun alleenheerschappij met succes betwist door Shito Ryu, Shukokai, Kyokushinkaï, ...

De eerste Karateschool die Funakoshi oprichtte stond bekend als "Shotokan" of "Shoto's club". Het woord "shoto" was Funakoshi's pseudoniem dat hij gebruikte bij het schrijven van gedichten. Vertaald betekend Shotokan "Wuivende pijnbomen".